Dinsdag, kwart voor zes. Je snijdt de banaan doormidden. Vandaag niet: je dreumes gilt, gooit zich achterover en ligt met zijn hoofd tegen de vaatwasser. Vanochtend was het nee tegen de jas, vanmiddag nee tegen de glijbaan waar hij zelf heen wilde. Als je hier leest, ken je deze dag. Twee dingen: dit is geen slechte opvoeding, en het gaat over. Sneller als je snapt wat er in zijn hoofd gebeurt.
Een dreumes die bij de kassa op de vloer gaat liggen, voelt als een rapportcijfer in het openbaar. Iedereen kijkt, denk je. Niet omdat jij iets fout doet: omdat ze het herkennen.
Het Nederlands Jeugdinstituut zegt het letterlijk: driftbuien zijn heel normaal en horen bij de emotionele ontwikkeling. Ze beginnen meestal tussen twaalf en achttien maanden en pieken rond het tweede en derde jaar. Jij ziet de eerste stormpjes. Je leert mooi op tijd varen.
In het brein van je dreumes staat een huis in aanbouw. Beneden woont het gevoel: boos, bang, blij, gefrustreerd. Die verdieping is vanaf dag één af. Boven woont het verstand: nadenken, wachten, jezelf inhouden. Bij een kind van één, anderhalf is boven nog een bouwput. Verwachten dat je dreumes "zich even inhoudt" is wifi verwachten in een huis waar de kabels nog niet liggen. Twee types die je vast herkent:
Rond deze leeftijd ontdekt je kind iets groots: ik ben een eigen persoon, met een eigen wil. Het NJi noemt het de peuterpuberteit. Dat "nee" is geen aanval op jou, het is een mijlpaal. Ze oefent met een gloednieuwe ontdekking, en oefenen klinkt zelden netjes.
Hij wijst naar de kast, jengelt, jij pakt het verkeerde, en daar ligt hij. Je dreumes wil van alles en voelt van alles, maar heeft er nog maar een paar woorden voor. Dat gat, tussen wat hij wil en wat hij kan zeggen, heet frustratie. Alsof je in een vreemd land iets nodig hebt en na drie keer wijzen niemand je begrijpt. Dan ga jij ook op de grond liggen.
Een driftbui is een rookmelder, geen machtsspel: het alarm van beneden gaat af terwijl er boven niemand thuis is om het uit te zetten. Geen plan, geen manipulatie. Daarom komt praten midden in de bui niet aan: je praat dan niet met je kind, je praat met zijn alarminstallatie. Potegal en Davidson zagen in de buien van 335 kinderen een vast patroon: de boosheid piekt meteen aan het begin en zakt daarna; verdriet en troost zoeken komen pas later. Eerst wachten, dan praten.
Je dreumes heeft nog geen woorden voor de storm van binnen. Dus leen jij ze uit. Zak door je knieën, stem laag, en zeg wat je ziet: "Jij wilt zelf, hè." Of: "Jij wilde die beker. Jij bent boos." Meer niet. Het NJi zegt het nuchter: wie zich begrepen voelt, wordt eerder rustig.
Zodra het ergste zakt, geef je die eigen wil een klusje: een keuze uit twee, binnen jouw kader. "Wil je de rode beker of de blauwe?" "Ga je zelf de trap op, of til ik je?" Twee opties, allebei prima voor jou. Zij stuurt, jij bepaalt de weg.
Dat is het begin. Daarna komt het deel waar de meeste ouders afhaken, rond dag vier: je benoemt rustig, je biedt twee bekers aan, en zij ligt tóch te gillen op de badkamervloer. Terwijl het brein van je kind gebouwd wordt door wat je meestal doet, niet door je slechtste kwartier. Wie dat weet, houdt vol. Wie het niet weet, stopt net te vroeg.
Daarom staat de hele aanpak in De Eerste Stormpjes, acht korte modules over twee weken, en niet in één artikel: het plan voor tijdens de storm (jouw kalmte als thermostaat), de stop-zin bij slaan en bijten (drie zetten, zonder straf), de vier dempers voor overdag, de zes valkuilen die het stiekem erger maken, en volhouden op rotdagen. Per module één ding voor vanavond, en de volgende keer: hoe ging het?
Weten waar jullie precies moeten beginnen? Doe de gratis check van 2 minuten: direct je uitslag, met de fase en het onderwerp dat bij jullie speelt. Of ga meteen naar De Eerste Stormpjes (1-2 jaar): één keer betalen, voor altijd toegang, en veertien dagen om te kijken of het bij jullie werkt.
Ja. Ze beginnen meestal tussen twaalf en achttien maanden en pieken rond twee tot drie jaar (AAP). Ze nemen af zodra je kind kan zeggen wat hij wil.
Omdat zij net ontdekt dat ze een eigen persoon is, met een eigen wil; het NJi noemt het de peuterpuberteit. Geen aanval op jou, maar oefenen in zelf worden.
Je kind negeer je niet, de bui hoeft alleen niets op te leveren. Blijf in de buurt, blijf rustig, weinig woorden. Niet toegeven, wél troosten (NJi).
Eén bui is meestal kort: driekwart is binnen vijf minuten voorbij (Potegal, 2003). De fase zelf loopt tot na het derde jaar; dan nemen de buien bij de meeste kinderen af (NJi).
Ja, hoe rot het ook voelt. Grote gevoelens zijn nu sneller dan de woorden: slaan en bijten zijn communicatie, geen boosaardigheid. Wel rustig begrenzen, elke keer hetzelfde, zonder straf en zonder terug te bijten.
Verder dan dit artikel
De Eerste Stormpjes
De eerste echte buien, terwijl hij het nog niet kan zeggen. Zeven modules, elke module eindigt met één ding dat je vanavond doet. Module 1 is gratis.
Ja, ik wil ditGeen abonnement · 30 dagen geld terug · levenslang van jou
Bronnen: Potegal M. & Davidson R.J. (2003) en Potegal M., Kosorok M.R. & Davidson R.J. (2003), Temper tantrums in young children, delen 1 en 2, Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics 24(3); Manning B.L. e.a. (2019), Relations between toddler expressive language and temper tantrums in a community sample, Journal of Applied Developmental Psychology 65; American Academy of Pediatrics, Temper Tantrums: What Parents Need to Know (2016); Nederlands Jeugdinstituut, Driftbuien en Peuterpuberteit; NHS, Breath-holding in babies and children. Geen van deze onderzoekers is aan Slim Opvoeden verbonden. Laatst bijgewerkt: 15 augustus 2026.
Dit artikel legt uit waarom het gebeurt. De cursus geeft je de volgorde: acht onderdelen van een kwartier, met per module één ding dat je vanavond anders doet.
Bekijk De Eerste Stormpjes 30 dagen geld terug · eenmalig betalen · geen abonnement